Een niqaab voor een dag

By No tags Permalink 0

Zelf een dag als niqaabdraagster door de stad- door Saskia Aukema

Ik loop door het centrum van Rotterdam en soms schrik ik van mezelf. Een passpiegel, de reflectie in een winkelruit … het laat weer zien wat ik af en toe vergeet als ik wat afdwaal met m’n gedachten: zó ben ik dus vandaag: iemand van wie niets anders zichtbaar is dan de ogen. Iemand met een uiterlijk waaraan ik zelf inmiddels wel gewend ben omdat ik zovele niqaabdraagsters heb gesproken en gefotografeerd, maar iets wat ik voorheen ook heftig vond om te zien. En om het bij mezelf te zien, dat is nog steeds heftig.

“Leuk dat je een project doet over de gezichtssluier,” had Meryem een paar weken ervoor opgemerkt, “maar zou het niet een idee zijn om er zelf eens mee op pad te gaan? Gewoon om te ervaren hoe het is.”

Kassameisjes

Een niqaab had ik zelf al gekocht, in een winkeltje in Amsterdam-Oost.

Een niqaab had ik zelf al gekocht, in een winkeltje in Amsterdam-Oost.

Zelf draagt Meryem de niqaab af en toe, om hem uit te proberen, eigenlijk voornamelijk als ze met een vriendin heeft afgesproken die hem altijd draagt of als ze ’s avonds over straat moet door een uitgaansgebied. Ze is er nog niet uit of het iets voor haar is – en ook niet of het nu een verplichting is binnen de islam, of iets wat alleen maar aangeraden wordt.

Meryem: “Je zou vanuit islamitisch standpunt natuurlijk kunnen denken: wat maakt het uit? Verplichting, aanbeveling … je wordt er altijd beter van. Maar de niqaab is in Nederland niet zonder risico. Mensen schrikken ervan. Kassameisjes raken zó in de war dat ze het geld verkeerd teruggeven en in de metro blijft de stoel naast je opvallend vaak leeg, want ja, je weet maar nooit wat er onder al die stof zit.”

Luidruchtig

“Ik zou er ook helemaal klaar voor willen zijn.”, zegt Meryem. “Als je een gezichtssluier draagt, zou je van onbesproken gedrag moeten zijn, vind ik. Ik heb weleens niqabi’s gezien die grove woorden gebruiken, luidruchtig zijn of anderen belachelijk maken. Dat vind ik echt niet kunnen. Ik weet niet of ik nu al zuiver genoeg leef voor de niqaab.”

Haar man is niet erg gecharmeerd van de gezichtssluier. Hij vindt de ghimar die ze normaal gesproken aan heeft al op het randje: dat is een lange hoofddoek tot aan de knieën. Meryem: “Volgens hem is zoiets in Nederland helemaal niet nodig. Van de niqaab vreest hij al helemaal dat die agressie opwekt en dat mensen hem erop zullen aankijken. Maar uiteindelijk zou hij me niet tegenhouden als ik het zou willen.”

Wind

Niqabi me

Vanuit Meryems huis nemen we de metro, stappen uit bij de Markthal en lopen het centrum van Rotterdam in. Een niqaab had ik zelf al gekocht, in een winkeltje in Amsterdam-Oost. Van Meryem kon ik een paarse abayah lenen (een lange jurk), een kapje om m’n haar in op te bergen en een zwarte ghimaar. Ze had me aangeraden een schoudertas te dragen: die houdt de stof naar beneden als er een wind opsteekt.

Het ademen gaat beter dan ik had gedacht, en links, rechts … ik zie ook alles. “Ik probeer altijd extra aardig te zijn als ik een niqaab draag”, zegt Meryem, “dingetjes op te rapen die mensen per ongeluk laten vallen, voortdurend te lachen.” Ook ik lach me dus te pletter, maar als Meryem een foto van me neemt, zie ik van die lach niks terug. Pas als ik zó hard m’n best doe dat m’n ogen streepjes worden, tonen mijn ogen vrolijk. Bij haar werkt het net zo. Het is wel een vreemde gewaarwording, want als we met elkaar praten, is het juist opvallend makkelijk om elkaars stemming te peilen. Op die manier wordt het wel heel lastig om de voor velen afschrikwekkende outfit nog een vriendelijke uitstraling te geven.

Schandalig!

We hebben redelijk wat bekijks. Bij een schoenenwinkel wijst een vrouw uitgebreid naar ons, en lacht tegen haar haar vriendin: “Mag dat ook al tegenwoordig?” Ergens anders komt een man vastberaden op me aflopen tot hij bijna tegen me aanbotst. “Godvurrudomme”, bromt hij, en hij beent weg. Een vrouw sist ons toe: “Schandalig!” Op het Beursplein staat een man ons uitgebreid te filmen. Af en toe knikt iemand ons juist vriendelijk toe.

Broodje kaas

Ik vraag me af wat ik zou doen als ik een bekende tegenkom. Mijn moeder woont hier in Rotterdam, en een heel goede vriendin ook, en collega’s. Zou ik ze aanspreken? Of zou ik zelf herkend worden? Maar ik zie niemand die ik ken. Meryem wel. Die ziet een ex lopen, van uit de tijd dat ze nog geen moslim was. Het brengt haar een beetje van haar stuk. “Had ik hem nou moeten begroeten?”, vraagt ze zich later af.

Dan gaan we lunchen. In de rij bij La Place waarschuwt Meryem me geen ham te bestellen. Het wordt een broodje kaas, en een vruchtensap – iets wat ik normaal nooit zou kopen, maar hé, er steekt een rietje uit. Is dat even handig! Als ik eenmaal door heb welke van de lagen stof ik moet optillen om het broodje onder mijn de sluier door naar mijn mond te brengen, gaat het eten best aardig. Totdat ik gedachteloos een stukje sla op m’n vinger prik om het op te eten. De sla belandt met dressing en al op de stof.

Bank overvallen

We gaan nog even naar de Bijenkorf, en dan is het wel weer mooi geweest. We pakken een volle metro terug naar huis. Of we een bank zouden gaan overvallen vraagt een wat oudere man zich nog af. Maar omdat ik me op het allerergste had voorbereid, vallen de opmerkingen me al met al mee.

Pas als ik in m’n gebruikelijke kloffie het openbaar vervoer weer in stap, valt me pas écht op hoe groot het verschil is. Mensen merken me niet echt op, laat staan dat ze staren. Als ik m’n hoofd omdraai, kijkt niemand snel weg. Ik hoor geen geroezemoes, geen gesis, en als ik het al hoor, denk ik niet gelijk dat het over mij gaat.

De niqaab zit in mijn tas. Hij weegt een ons. Dat weet ik, want ik heb ’m laatst gewogen. Maar ik voel me kilo’s lichter.

Meryem is niet de echte naam van de dame in kwestie.

 


Meryem: afgestudeerd criminologe

Meryem (niet haar echte naam) studeerde criminologie aan de Erasmus Universiteit. Veel van haar vriendinnen, van wie enkele gesluierd zijn, kent ze van haar studie, of eigenlijk: van de gebedsruimte daar. “Mensen kunnen het zich altijd moeilijk voorstellen, maar veel niqaabdraagsters zijn hoogopgeleid. De niqaabdraagsters met wie ik omga, hebben allemaal hbo- of universitair niveau. Over drie weken studeer ik af. Als het goed is, ontmoet mijn moeder dan een vriendin van mij die fulltime een niqaab draagt. Ik ben heel benieuwd hoe ze daarop zal reageren.”

Meryem werkt nu nog achter de kassa bij de Albert Heijn – zonder niqaab – maar haar ambities liggen elders: “Iets in de onderzoekswereld of anders als jeugdwerker.” En wat nu als ze op een gegeven moment wel voor de sluier heeft gekozen, maar die niet zou mogen dragen op het werk? “Ik weet het niet. Je idealen zijn belangrijk, maar op een gegeven moment wil je natuurlijk ook gewoon een baan hebben die bij je past – zeker als we straks hopelijk kinderen krijgen. Dat is al moeilijk genoeg tegenwoordig. Het zou een moeilijke afweging zijn. Over mijn huidige kansen op de arbeidsmarkt? Ik denk dat mijn achtergrond als bekeerde moslima me zal helpen om me in te leven in veel verschillende delen van de samenleving. Ik hoop maar dat mijn toekomstige werkgevers er ook zo over denken.”


 

Comments are closed.